In de schaduw van magie

Gepubliceerd op 27 maart 2025 om 01:15

In een wereld verscheurd door oorlog tussen mensen en magiërs probeert Lexa haar leven opnieuw op te bouwen na het verlies van haar ouders. Overdag werkt ze bij het miljardenbedrijf Star en studeert ze journalistiek, maar in het geheim draagt ze een gevaarlijk geheim: ze is een magiër. Wanneer ze valt voor de charmes van Jake Star, wordt hun liefde allesoverheersend, maar brengt ook haar vrienden in gevaar. Kan Lexa een balans vinden tussen liefde, loyaliteit en haar ware identiteit, of zal haar geheim alles vernietigen?

 

 

Ik zit voor mijn kleine, opgeruimde bureau in mijn appartement in Alvera. Het enige geluid dat ik hoor is het zachte tikken van de regen op het raam. Buiten wordt de stad overspoeld door wolken, de lucht zwaar van de spanning die er altijd is sinds de oorlog begon. Het lijkt alsof de oorlog niet alleen de wereld heeft verwoest, maar ook de mensen in hun hart heeft geraakt. De stad, ooit een levendige plek waar mensen zichzelf konden zijn, lijkt nu een grauwe schaduw van wat het was. De gebouwen zijn somber en grijs, de bloemen die ooit fel bloeiden, zijn nu gedempt in hun kleur, en mensen slaan hun ogen neer bij de gedachte aan magie. Iedere stap die je zet in deze wereld voelt als een risico, alsof de aarde zelf dreigt op te breken onder je voeten. Ik zucht diep en kijk naar mijn eigen reflectie in het raam. Mijn blonde haren vallen als een gouden stroom over mijn schouders, en mijn felgroene ogen kijken somber naar mij terug. “Je kan het, Lexa. Plak je glimlach op en ga,” fluister ik tegen mezelf, terwijl ik mijn lippen in een poging tot een glimlach trek. Maar de reflectie in het raam toont mijn ware gevoelens verdriet dat niet te verbergen is, hoe hard ik ook probeer. Sinds de dood van mijn ouders is alles wat normaal was verdwenen. De eenzaamheid, terwijl er zoveel mensen om me heen zijn, is soms ondraaglijk. Het is niet dat ik geen warmte om me heen heb ik deel mijn appartement met de twee liefste vrienden die je je kunt wensen. Zij maken mijn leven iedere dag een beetje makkelijker. En soms, heel soms, zijn er momenten dat ik mijn realiteit even kan vergeten. Even kan ik genieten van iets dat lijkt op geluk, maar die momenten zijn altijd van korte duur, verdwijnen voor ik ze echt kan vasthouden. Soms zou ik willen dat ik de tijd kon pauzeren, dat ik even niet hoefde na te denken over alles wat is verloren.

“Lex, kom je?” klinkt Faye’s stem aan de andere kant van mijn deur. “Je hebt een lange dag voor de boeg, en ik wil niet dat je jezelf opsluit!” Ik sluit mijn ogen een moment en geef mijn gedachten de tijd om tot rust te komen. Dan sta ik op en loop naar de deur. “Ik kom eraan,” roep ik terug, en ik hoor hoe Faye haar voetstappen in de gang verder wegsterven, waarna ze begint te kletsen met Riff. Mijn hart vult zich weer een beetje met warmte na mijn gedachtes van net, en ik probeer mijn melancholie de baas te worden voordat ik de deur open. Vandaag weer een nieuwe dag, weer een nieuwe show. Samen met Riff en Faye loop ik naar de universiteit. De stad is druk, maar het voelt zo onpersoonlijk. Mensen bewegen haastig, hun gezichten getekend door wanhoop, alsof ze bang zijn voor iets — of misschien voor alles. Iedereen heeft een geheim. Of dat nu iets is uit hun verleden, of wat ze hebben meegemaakt sinds de oorlog begon. Mijn eigen verhaal weegt zwaar op mijn schouders, maar ook ik draag het in stilte. Er wordt niet meer gepraat met vreemden. Je hoort geen gezellig geklets bij de groenteboer of de vriendelijke vraag hoe het gaat als je op een bankje in het park zit. Nee, de mensen zitten gebogen over hun telefoons, dragen bluetooth-oortjes, en ik vraag me wel eens af of ze daadwerkelijk muziek luisteren, of dat ze de oortjes alleen maar dragen om niet aangesproken te worden. Ze zijn bang, allemaal. De wetten in Alvera zijn veranderd sinds Regien aan de macht kwam. Genade is verdwenen, en er is geen grijs gebied meer. Regien heeft het voor elkaar gekregen dat er geen plaats is voor degenen die niet passen in haar strenge visie. Magiërs worden gehaat, gejaagd, gedood, en iedereen die met hen in contact komt, wordt net zo hard gestraft. Ik voel de spanning in mijn borst toenemen. Magiërs lijken niet anders dan gewone mensen, tenminste, van buitenaf. Maar ik weet beter. Ik ben een magiër, verborgen in het zicht van anderen. Als mijn geheim ooit ontdekt zou worden... De gedachte alleen al maakt mijn adem sneller. Ik kijk naar Faye en bid dat mijn geheim nooit openbaar zal worden. Mijn gedachten worden onderbroken door het geluid van Riff’s gelach, de altijd optimistische grappenmaker van ons drie. Hij lijkt niets van de chaos om ons heen te voelen, met zijn luchtige houding en grappen die als een soort schild dienen tegen de werkelijkheid. Riff is de zon in ons kleine gezelschap, altijd zorgeloos, altijd oprecht. En hoewel ik soms jaloers ben op zijn vermogen om zich niet door alles te laten verlammen, is hij ook mijn houvast. “Lex, je ziet er vandaag verloren uit,” zegt Faye, haar stem bezorgd, terwijl ze haar arm om mijn schouders legt. Ik probeer te glimlachen, maar het is een zwakke poging. “Het is niks,” antwoord ik, mijn stem klinkt hol. “Het is gewoon... alles.” Faye drukt een kus op mijn haar, maar ik voel haar ogen op me gericht, alsof ze door mijn façade heen probeert te kijken. Ze weet niet van mijn geheim, van de reden dat ik altijd op mijn hoede ben, altijd bang ben dat de wereld zal instorten als mijn verleden wordt onthuld. Zou ze nog van me houden als ze wist wat er werkelijk is? Wat ik werkelijk ben? De gedachte aan wat er zou gebeuren als mijn geheim zou worden ontdekt, maakt mijn hart zwaar. Ondanks mijn angsten, voel ik me een beetje opgelucht als ik Faye en Riff zie lachen, zich niet bewust van de gevaarlijke waarheid die ik met me meedraag. Hun zorgeloosheid trekt me even uit mijn donkere gedachten, en ik laat me meeslepen door hun vrolijkheid. Het is moeilijk om niet in hun licht mee te dansen, zelfs voor een moment. Mijn gedachten worden afgeleid wanneer ik me herinner dat ik een belangrijke taak voor mijn studie heb: een artikel over Star, het bedrijf waar ik als receptioniste werk. Ik ben benieuwd of ik Jake, de zoon van de CEO, zo ver kan krijgen om hem te interviewen. Ik heb hem een paar keer gesproken in de kantine, maar altijd oppervlakkige gesprekken

over koffie of het eten. Mijn verlegenheid houdt me tegen, maar misschien kan dit interview me dichter bij hem brengen. De gedachte alleen al maakt mijn hart sneller kloppen. Zijn prachtige ogen, het blonde golvende haar, die strakke kaaklijn — ik moet mezelf stoppen, voordat ik te ver ga met deze fantasieën. Is mijn leven als student, receptioniste, en de geheimen die ik draag, ooit goed genoeg voor iemand als hij? We naderen het torenhoge Star-gebouw. Ik adem diep in en omhels Riff en Faye voor ze naar de universiteit gaan. Ik blijf even staan en tel tot tien, en dan stap ik naar binnen, mijn hart bonzend van spanning, op zoek naar Jake. De enorme glazen deuren schuiven open als ik de lobby van Star binnenstap, en ik word onmiddellijk overweldigd door de contrasten die ik elke dag opnieuw ervaar. De koele, moderne luxe van het gebouw doet me altijd even verstijven. De marmeren vloeren glanzen als spiegels, de grote kroonluchters boven me lijken gemaakt van kristal, en overal om me heen hangen abstracte schilderijen die een gevoel van verfijning en macht uitstralen. Het is een wereld van pracht en praal, een wereld die zo ver verwijderd is van de grauwe werkelijkheid buiten de glazen muren van dit gebouw. Buiten is Alvera een stad die zich langzaam opmaakt voor de winter, de lucht zwaar van dreigende regen en de straten leeg en verlaten door de mensen die angstig hun huizen niet meer verlaten. Binnen Star lijkt alles perfect te zijn, alsof het hier niet is geraakt door de chaos die zich buiten afspeelt. Ik haal diep adem en loop naar de liften, mijn passen echode in de grote hal terwijl ik me afvraag hoe het mogelijk is dat ik elke dag in zo’n contrast sta. Terwijl ik over de marmeren vloer wandel, trilt mijn mobiel in mijn zak, een welkome afleiding van mijn gedachten. Ik vis hem eruit en zie het bericht van Faye verschijnen.

"Lex, je kan het! Ik ben trots op jou."

De woorden van Faye brengen een glimlach op mijn gezicht. Hoe vaak heb ik niet gewild dat ik haar moed kon delen? Dat ik net zo vol vertrouwen kon zijn als zij, zonder elke stap af te wegen, zonder de constant aanwezige angst die mijn gedachten beheerst. Maar haar bericht herinnert me eraan dat ik niet alleen ben. Faye is er altijd voor me, zelfs wanneer ik dat misschien niet verdien. “Dank je, Faye, je bent de beste,” stuur ik terug, mijn vingers snel over het toetsenbord. Het voelt goed om haar steun te voelen, vooral vandaag. Ik sta even stil bij de liften. “Ga je vanavond mee met Riff en mij naar de bar? Er komen live bandjes optreden, hoorde ik!” stuurt Faye en  Ik voel een lichte aarzeling in mijn buik. Het idee om met Faye en Riff uit te gaan klinkt op zich gezellig, maar de gedachte om  me in de menigte te mengen en een schijnbaar normaal leven te leven wil ik van weg rennen. Maar ik weet hoe belangrijk het voor Faye is om het leven zo gewoon mogelijk te houden. Ze probeert het goede in deze wereld te zien, ook al is het bedekt met duisternis.

"Ik kom," stuur ik uiteindelijk terug, mijn vinger traag over het scherm. Het is niet zozeer voor mij, maar voor haar. Want Faye verdient het om af en toe te kunnen lachen, om van het leven te genieten, ook al is het maar voor een paar uur. De liftdeuren openen en ik stap in. De rit omhoog voelt altijd een beetje ongemakkelijk. Het is zo stil in de lift. Misschien is het de druk van de dag, de zenuwen voor het werk dat me te wachten staat, of misschien is het gewoon de constante herinnering dat alles wat ik doe, altijd onder de radar moet blijven. Ik wil mijn werk doen, ik wil mijn studie afmaken, maar ik kan me nooit volledig onttrekken aan de angst die constant over mijn schouders hangt. De “wat als” die mij volgt als een donderwolk. Als de lift boven aankomt, voel ik een kleine opluchting. Het is vroeg, en ik ben meestal een van de eersten die hier is. Dat is het fijne van deze vroege uren; ze bieden me de ruimte om alles rustig op te starten, om mijn gedachten te ordenen voordat de chaos van de rest van de redactie losbarst. Terwijl ik langs de bureaus van de andere journalisten loop, kan ik het geruchtmakende gefluister en de ogen die elke beweging van elkaar volgen, bijna horen. Ik haal een kop koffie uit de automaat in de keuken en zet mijn laptop aan. Het scherm flikkert voor een moment en de woorden beginnen langzaam in mijn gedachten te verschijnen. Ik ben bezig met het artikel voor mijn opleiding, een stuk over Star en wat het bedrijf voor de stad betekent. Maar het onderwerp is zoveel meer dan alleen zakelijke cijfers of succesverhalen. Het is een zoektocht naar waarheid, naar de fundamenten van wat dit bedrijf drijft. En, als ik eerlijk ben, ook naar antwoorden die ik misschien liever niet wil vinden. Want diep van binnen weet ik dat Star iets geheim houdt, iets wat ik liever niet ontdek. De tijd vliegt voorbij terwijl ik mijn plannen voor het artikel op papier zet, maar mijn gedachten dwalen af naar Jake. Het idee om hem te interviewen voelt tegelijkertijd spannend en maakt mij nerveus. Het is meer dan alleen een professioneel interview voor mijn studie; er is iets aan hem, iets dat mij onbewust aantrekt, wat ik maar niet kan plaatsen. De gedachte dat ik hem in mijn artikel zou kunnen betrekken, maakt dat mijn hart een slag overslaat.

Wanneer de tijd nadert om het kantoor te verlaten, haal ik diep adem. Ik moet eerst Jake vinden. Dat is geen gemakkelijke opgave in dit gigantische gebouw. Star lijkt wel een eindeloze toren, met eindeloze gangen en verdiepingen. Maar ik ben vastbesloten, ik weet dat ik niet weg kan gaan zonder het hem gevraagd te hebben. Jake moet het interview geven. Ik stop mijn laptop in mijn tas en check mijn telefoon snel. Niets bijzonders, alleen enkele berichten van Faye en een paar updates van vrienden. De liftdeuren openen en ik stap naar binnen. Ik ben zo verdiept in mijn berichten dat ik niet merk dat iemand anders de lift instapt. Een zachte kuch haalt me uit mijn gedachten, en wanneer ik opkijk, kijk ik recht in die prachtige ogen. Jake. Mijn hart slaat over, mijn adem stokt, en voor een moment voel ik me betrapt, alsof ik iets verkeerds doe. “Hey,” zegt hij, zijn stem laag en vriendelijk. Hij tilt zijn hoofd iets schuin, zijn blik nieuwsgierig, bijna alsof hij me in de gaten houdt, probeert te begrijpen wat ik voel of denk. “Alles oké?” vraagt hij. Zijn stem is warm, maar ik voel de onderliggende spanning die we beiden niet kunnen ontkennen. Ik moet iets zeggen, iets om deze ongemakkelijke stilte te doorbreken, maar mijn gedachten schieten in alle richtingen. Hoe moet ik nu antwoorden? Hoe kan ik professioneel blijven als ik alles in me voel opwellen? Ik voel de druk in mijn borst. "Ja," stamelde ik, mijn stem klinkt bijna onhoorbaar, en ik voel de hitte op mijn wangen. De lift lijkt nu veel kleiner, de ruimte tussen ons veel intiemer dan het zou moeten zijn. Mijn blik valt naar de vloer alleen om zijn ogen te kunnen ontwijken. Waarom kan ik niet gewoon normaal zijn? Altijd die verschrikkelijke verlegenheid. Ik besluit hem aan te kijken en in een onverwachte opwelling flap ik eruit, “Ik heb een vraag voor jou” Ik probeer kalm te blijven en mijn stem stabiel te houden. “Ik vroeg me af of ik jou misschien zou mogen interviewen voor mijn artikel voor mijn opleiding als journalist. Het artikel gaat over Star en wat het voor de stad betekent, en het zou echt geweldig zijn als ik jou daarover een paar vragen mag stellen.” Mijn woorden stromen uit mij, sneller dan ik had gewild, en ik voel de kramp in mijn maag. Wat als hij nee zegt? Wat als hij mijn verzoek belachelijk vindt? Mijn hart kan niet harder kloppen en ik vraag mij af of hij het hoort. Jake kijkt me een moment aan, zijn blik lijkt door me heen te snijden, en ik voel me volledig blootgesteld. Maar dan, eindelijk, glimlacht hij. Een glimlach die me bijna doet vergeten waar ik ben, wat ik aan het doen ben. “Kom vanavond maar naar mijn huis, dan kunnen we het artikel bespreken,” zegt hij. De deuren van de lift openen zich, en voordat ik kan reageren, is hij al buiten, zijn voetstappen snel vervagend in de gang. “Tot vanavond,” zegt hij, en de liftdeuren sluiten zich achter hem. Ik sta daar, verlamd door de woorden die ik net gehoord heb. De woorden die mijn gedachten de hele avond zullen vullen. Het voelt als een wervelwind, iets wat ik niet kan ontvluchten. Mijn hart klopt in mijn borstkas, In de war van de spanning die zich door mijn lichaam verspreidt. De lift glijdt langzaam naar beneden, en ik probeer mijn ademhaling te kalmeren. Als de deuren uiteindelijk opengaan, stap ik uit in de grote marmeren hal van het Star-gebouw, mijn voetstappen galmen in de leegte door de hal. De frisse, gure kou van de stad valt me gelijk tegen als ik door de schuifdeuren naar buiten stap en ik voel dat ik weer kan ademen. De straten zijn druk, maar niet op de manier waarop ik me de stad ooit herinner. Mensen haasten zich. Het lijkt wel of de stad zijn ziel verloren heeft sinds Regien aan de macht kwam. Toen was alles anders. Vroeger, was dit de plek waar ik mijn jeugd doorbracht, vol muziek, gelach, markten en de geur van versgebakken brood in de lucht. Een levendige stad waar mensen elkaar met open armen verwelkomden. Maar nu? De straten voelen stil, gevuld met de echo van wat eens was. De mensen lijken niet meer te leven, maar te overleven. De oorlog heeft de vreugde uit de stad gezogen. Ik haal mijn telefoon uit mijn tas en stuur snel een bericht naar Faye. “Nu klaar, eet bij snackbar,” typ ik snel. Daarna druk ik op verzenden en stop mijn telefoon terug in mijn tas. Langzaam loop ik richting het centrum. Het centrum van Alvera was ooit het hart van de stad, een plek waar het leven zich voltrok. Nu is het een schaduw van zichzelf. Kinderen spelen niet meer buiten, hun vrolijke stemmen ontbreken. In plaats van de gebruikelijke geuren van de markten ruik je nu enkel het scherpe van de regen en de kille lucht. Ik weet niet waarom, maar het doet me pijn. Misschien is het de nostalgie, het verlangen naar iets dat verloren is gegaan. Ik wil dat het hart van Alvera weer klopt. Ik wil de stad terug die het ooit was, bruisend van leven en hoop. Misschien is dat te veel gevraagd, maar in mijn hart hoop ik dat het ooit weer zal bloeien. Verzonken in mijn gedachten loop ik bijna de snackbar voorbij. De geur van friet en olie komt me tegemoet, en ik lach hardop, verrast door het feit dat ik mijn gedachten zo had laten afdwalen. Ik ben inderdaad iemand die veel te veel nadenkt, maar ik kan het niet helpen, ik weet dat ik ben veranderd, ik ben onzekerder dan ooit. Soms verlang ik naar de luchtigheid die Faye en Riff hebben. Hun onbezorgdheid, hun spontaniteit. Zou ik ooit weer zo kunnen zijn? Als de wereld weer mooi wordt, zal ik dan ook opbloeien? Mijn gedachten worden onderbroken door het geluid van de deurbel die zacht rinkelt als ik de snackbar binnenstap. De snackbar is een oase van nostalgie. Het interieur doet denken aan de jaren '80, alsof de tijd hier heeft stilgestaan. De half ronde zitbanken, de jukebox in de hoek die oude nummers speelt, het geeft me het gevoel dat alles even weer terug is. Zelfs de sfeer lijkt vrolijker dan de rest van de stad. Ik loop naar de bar en ga zitten op een barkruk. De geur van het frituurvet ontspant mij. Het voelt als een vertrouwde plek, een kleine ontsnapping aan de wereld daarbuiten. Mike, de eigenaar, komt uit de keuken en ziet me zitten. Zijn gezicht licht op zodra hij me ziet. "Lexa! Wat een verrassing, jou hier!" zegt hij met een brede glimlach terwijl hij zijn theedoek over zijn schouder werpt en een glas water voor me inschenkt. "Wat mag het zijn vandaag?" Hij kijkt me verwachtingsvol aan. Ik glimlach terug en ratel mijn gebruikelijke bestelling op. Mike lacht en schudt zijn hoofd. "Had ik eigenlijk wel kunnen raden! Je weet dat je altijd welkom bent hier, toch? We maken ons zorgen om je, Lex. Je hebt het zwaar, hè?" Hij loopt terug naar de keuken en laat me even nadenken over zijn woorden. Ik kijk om me heen en zie een paar andere mensen zitten. De sfeer is gezellig, en mijn ogen vallen op een oud stel helemaal achterin de snackbar. Ze zitten dicht bij elkaar, een ijsje in hun handen, en lijken zich in hun eigen wereld te bevinden. Ze praten zachtjes, glimlachen naar elkaar, en ondanks het sombere van de buitenwereld lijkt het alsof zij in hun eigen bubbel van liefde en tijdloze momenten leven. Mijn hoofd begint een verhaal voor hen te creëren, een liefdesverhaal van vroeger en nu. Ze zouden samen kunnen zijn sinds de tijden dat de stad nog vol leven was. Ik glimlach in mezelf bij die gedachte. Op dat moment trilt mijn telefoon op de bar en haal ik het snel tevoorschijn. Het is een bericht van Riff. "F en ik zijn ook onderweg naar de snackbar, bestel je wat voor ons? Totzo!" gevolgd door nog een bericht: "Oh, en F heeft haar halve kledingkast voor je mee, je denkt toch niet dat wij je in je chill-outfit meenemen naar de bar, hè?" Ik verslik me bijna in mijn water van het lachen. Op precies dat moment komt Mike met mijn bestelling en ik voel mijn maag rommelen van de heerlijke geur die zich verspreidt. “Dat ruikt weer goed, Mike,” zeg ik terwijl ik begin te eten. Hij lacht en geeft me een klop op mijn schouder. “Fijn om te zien dat je weer geniet van het eten, Lex. En maak je geen zorgen, alles komt goed.” Ik glimlach naar hem en vergat bijna de bestelling van Riff en Faye door te geven. Na het eten sleurt Faye me mee naar de toiletten om me om te kleden voor de avond. Ik kan het niet helpen, maar ik weet dat Riff degene is die de meeste invloed heeft gehad op mijn kledingkeuze. Riff heeft altijd een oog voor mode, misschien meer dan ik zelf. De eerste paar outfits voelen niet goed, maar na een tijdje voel ik me tevreden met de zilveren jurk die als een tweede huid om me heen zit. De jurk accentueert mijn rondingen en de open rug zorgt ervoor dat het elegant maar toch speels is. Mijn hakken zijn zwart met zilveren details, en Faye heeft mijn haar opgestoken met een paar prachtige zilveren en mosgroene speldjes die de glans van mijn blonde lokken versterken. “Dank je, Faye,” zeg ik terwijl ik mijn spiegelbeeld bewonder. Voor het eerst in lange tijd voel ik me mooi. De persoon in de spiegel is iemand die ik kan accepteren, ook al weet ik dat er meer achter haar schuilgaat dan ze laat zien. Faye glimlacht en zegt zacht: “Soms moet je jezelf eraan herinneren dat er nog veel moois in deze wereld te vinden is, Lex. Jij bent dat ook.” Mijn wangen worden rood, maar ik voel me oprecht dankbaar voor haar woorden. We lopen terug naar de bar waar Riff ons al opwacht. Zodra hij ons ziet, fluit hij luid. "Oh ja, Lex, dit is de vibe! Ik zou je zo doen!" Hij komt naar ons toe, klapt in zijn handen en pakt me vast, en draait me een paar keer in de lucht. Ik lach luid en geniet van het moment, van het plezier dat we samen hebben. De sfeer in de snackbar is plotseling veel lichter, de zorgen van de wereld lijken een beetje verder weg. Mike roept ons na wanneer wij hem gedag zwaaien: “Ik hoop jullie snel weer terug te zien!” We lopen arm in arm door de bruisende straten van Alvera, de lichten van de stad weerspiegelen in de plasjes die door de regen zijn achtergelaten. Mijn hart voelt onverwacht vol op dit moment, als een warme deken die me omhult. Riff, altijd de energieke optimist, praat met een vurigheid die alles om zich heen lijkt te verlichten. Hij vertelt ons enthousiast over de plannen die hij heeft voor vanavond – wie hij hoopt te ontmoeten, waar hij zich op verheugt. Voor Riff zijn de grenzen van liefde en verlangens vloeibaar. Het maakt hem niet uit of iemand nu man of vrouw is. Zijn overtuiging is simpel: liefde is liefde en seks is seks, zolang er maar plezier is. Er zit een zekere vrijheid in zijn woorden, een soort onbevangenheid die ik diep van binnen verlang, maar die ik moeilijk kan omarmen. Faye en ik lachen om zijn verhalen, en ik voel me dankbaar. Faye’s ogen glinsteren altijd als ze lacht, en haar vrolijkheid is een constante steun. Ik zie in haar de vrouw die haar kwetsbaarheid niet verstopt, maar ermee speelt, zich omarmt in haar kracht. Samen lopen we verder, Riff pratend, wij luisterend.

Aangekomen bij de bar, waar de menigte zich haastig verdringt voor een plaatsje binnen, wordt ik bevangen door de warme geur van zweet, parfum en alcohol die uit de bar ontsnapt. Maar Faye, die hier vaak komt, is vrijwel als een lokale beroemdheid. Ze zegt geen woord tegen de bewaker, maar haar aanwezigheid zegt alles. Hij knikt naar haar, roept onze namen en laat ons zonder moeite door de menigte heen. De rij mensen protesteert luid, maar Faye haalt onverschillig haar schouders op, haar gezicht breekt in een speelse glimlach. Ze is gewend aan de blikken en de frustratie van anderen. De eer van het moment lijkt haar niets te doen, en dat vind ik altijd zo verfrissend aan haar. Ze draait zich naar ons om, neemt onze jassen aan en vraagt Riff en mij alvast naar de bar te gaan voor de drankjes. Riff pakt mijn hand vast, en hij trekt me door de menigte heen, zijn enthousiasme aanstekelijk. Ik laat me meevoeren, dankbaar voor zijn energie, want zelf zou ik me nooit wagen om mensen in de weg te vragen of ik erlangs mocht. Mijn stem, die altijd vastloopt wanneer ik iets spannend vind, zou toch niet gehoord worden. Het is een constante herinnering aan die verlegenheid van mij, maar Riff lijkt niets van dat alles te merken. Bij de bar aangekomen, bestelt hij een felgekleurde cocktail voor ons alle drie. De drankjes komen met een kleurrijk rietje en een schijfje sinaasappel erop. Ik neem een slok en de smaak van zoet, fruitig en verfrissend danst op mijn tong. Ik kijk Riff even verbaasd aan. "Ik weet wel wat je lekker vindt, Lexie," zegt hij met een brede glimlach. Zijn ogen lichten op wanneer hij iemand achter mij in de menigte herkent. Vol enthousiasme zwaait hij naar diegene, en voordat ik het weet, geeft hij me een snelle kus op mijn wang en is hij verdwenen. Ik blijf achter, even verbijsterd en met een glimlach op mijn gezicht. Het geluid van de muziek in de bar vult de ruimte, het voelt als een echo in mijn hoofd. De menigte danst en lacht, maar ik voel mij uit de plaats. Mijn ogen scannen de ruimte op zoek naar Faye, maar tevergeefs. De mensen bewegen zich als een golvende massa en ik herken haar niet tussen al het gedans. Ik focus me op de cocktail in mijn hand. Het glas voelt koud tegen mijn vingers, en ik neem een paar kleine slokjes, langzaam, en ik voel de spanning van de dag uit mijn lichaam wegvloeien, elke slok brengt me een beetje verder weg van de chaos die altijd in mijn hoofd speelt. Terwijl ik sip, pak ik mijn mobiel en begin ik notities te maken voor mijn interview van vanavond, Jake heeft geen tijd genoemd dus ik haast mij niet. De cocktail geeft me een klein beetje moed wat ik voor mijn gevoel nodig heb voor vanavond.

Ik focus me op de lijst van vragen die ik aan het maken ben voor mijn interview. Het geluid van de muziek om me heen lijkt te vervagen terwijl ik mijn gedachten bij de taak houd, maar dan voel ik plotseling een hand op mijn schouder. Het is een lichte aanraking, maar het doet iets met me, een Tinteling trekt door mijn lichaam en mijn hart slaat een slag over. Ik draai me langzaam om en zie dat Jake achter me staat, zijn ogen glijden over mijn lijf van top tot teen. Mijn adem stokt even als zijn blik even rust op de open rug van mijn jurk dat zich zo strak om mijn lichaam vouwt. Zijn gezichtsuitdrukking verandert, maar ik kan niet precies plaatsen of het nieuwsgierigheid is, of iets meer... iets diepers, iets dat te maken heeft met verlangen. Zijn ogen gaan langzaam weer omhoog, langzaam als een vertrouwde aanraking die niet te ontkennen is. Ze blijven hangen op mijn ogen, en ik voel de intensiteit van zijn blik die zich een weg door mijn ziel boort. Mijn adem hapert, de kamer draait om me heen. Ik kan alleen nog maar fluisteren, “Hey…” maar mijn stem raakt bijna verloren in de golven van muziek die door de ruimte klinkt. Jake kijkt me enkele seconden zwijgend aan, zijn ogen niet afwendend, vastberaden. Uiteindelijk, met een lage, diepe stem die me doet rillen, zegt hij “Lexa…” Zijn stem voelt als een aanraking over mijn hele lijf, warm en geladen met een ondertoon die ik niet helemaal kan plaatsen. Hij knikt, alsof hij iets bevestigt dat ik niet begrijp, en pakt de barkruk naast me vast. Zijn hand is groot in vergelijking met de kruk en ik dwing mijzelf mijn gedachtes te stoppen terwijl Jake naast mij gaat zitten. “Een whisky, alstublieft,” zegt hij tegen de barman, zijn stem klinkt kalm, alsof er geen chaos in hem is, maar ik voel mij allesbehalve rustig. Zijn blik draait zich nu naar mij, zijn ogen weer op mijn gezicht als een brandend verlangen, een vuur waar ik niet uit kan ontsnappen. “Houd je dit aan voor het interview van vanavond?” vraagt hij zacht, de vraag als een uitdaging, als een uitnodiging. Zijn ogen blijven even op mijn lichaam rusten, alsof hij elke centimeter van mijn jurk in zich opneemt. Ik voel de hitte op mijn wangen stijgen, en ineens zijn de woorden verdwenen. Het lijkt alsof mijn stem niet meer bij me is. Mijn gedachten duizelen, maar mijn mond blijft gesloten. Wat doe ik hier? Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen? De twijfel is een dieper gevoel dan ik had kunnen voorzien. Maar toch wil ik niet dat de spanning tussen ons afneemt, dus antwoord ik hem met een lichte stem: “Ja, Jake, ik heb geen andere kleding bij me op dit moment... ik wilde zo meteen naar jouw huis gaan...” Ik weet dat het niet helemaal waar is, maar iets in de lucht tussen ons maakt dat ik lieg, zodat ik die spanning, die elektriciteit, niet hoef los te laten. “Maar... gezien jij hier nu bent, gaat vanavond dan door? Ik wil niet jouw avond claimen voor mijn studie.” Zijn ogen blijven op mijn gezicht rusten, met iets in zijn blik dat ik niet helemaal begrijp, iets wat doet verlangen naar antwoorden die ik misschien niet durf te vragen. De barman zet whisky voor hem neer. Hij pakt het glas en draait het voorzichtig in zijn hand, zijn blik nog altijd vast op de mijne. De amberkleurige vloeistof draait rond als een belofte, en als hij een slok neemt, lijkt hij even de tijd stil te zetten. Terwijl ik mijn ogen op zijn lippen fixeer, vraag ik me af  hoe die lippen zouden voelen. Met een zachte grijns, zegt hij: “Als jij die jurk aanhoudt, dan gaan we na dit drankje naar mijn huis voor jouw interview.” Zijn woorden komen langzaam, zijn stem diep en doordrenkt met een betekenis die ik niet kan negeren. Ik verschuif op mijn barkruk, voel de spanning daar beneden, en zijn blik houdt me gevangen. Wat bedoelt hij? Hoezo als ik deze jurk aan houdt? wil hij dat niemand anders me zo ziet? De gedachte is zo verwarrend en tegelijk zo... opwindend. Het voelt bijna dominant maar niet in de manier die ik me altijd had voorgesteld. In plaats daarvan is er een belofte, een subtiele, onzichtbare lijn die hij trekt tussen ons, iets dat onuitgesproken blijft. En ik wil dat hij die lijn verder trekt, wil de spanning voelen die tussen ons groeit. Op dat moment wordt mijn gedachten gestoord door Faye die haar armen om me heen slaat en mijn wang kust. Ik zie dat Jake zijn ogen van mij afwendt en haar aankijkt. Hij staat op en steekt zijn hand naar haar uit. Faye kijkt op en stelt zichzelf voor als mijn beste vriendin, huisgenoot en beschermer. Ik moet lachen om haar woordkeuzes, en ik ruik de overvloed van alcohol in haar adem. Jake vertelt Faye dat hij me straks meeneemt voor een interview, en dat hij persoonlijk voor mijn veiligheid zal zorgen. Die belofte maakt me zowel warm als nerveus. Wanneer Faye me een kus op mijn wang geeft en zich weer in de menigte stort, voel ik mijn hart wat sneller kloppen. Ik kijk haar na, maar mijn gedachten blijven bij Jake. Wat gaat er nu gebeuren? Ik kan niet ontkennen dat ik hoop dat de avond anders zal verlopen dan ik had verwacht, en toch maak ik mij zorgen over of Faye zonder mij wel veilig thuis zal komen. Alsof Jake mijn gedachten hoort zegt hij met zijn stem laag en kalm: “Mijn broers zullen voor Faye zorgen, geen zorgen.” Hij pakt mijn hand, zijn vingers om de mijne stevig en warm en we staan op van de bar.

We lopen hand in hand naar buiten, de frisse lucht raakt mijn huid, maar het is de aanraking van Jake die alles doet opvlammen. Terwijl hij de beveiliger bedankt voor de avond, adem ik de frisse lucht diep in en Jake komt naast me staan, trekt zijn jasje uit en legt het over mijn schouders, alsof hij me van de kou wil beschermen, en ik voel zijn handen lingeren, net iets langer dan nodig. Zijn vingers glijden over mijn huid terwijl hij mijn open rug bedekt, en de spanning tussen ons is bijna tastbaar. Ik voel de hitte van zijn lichaam tegen de mijne, zijn aanraking als een stroom van energie die door me heen raast. Het statisch geladen gevoel van zijn hand op mijn onderrug en even denk ik dat mijn hart dit niet aan kan, zijn aanraking voelt als vuur tegen mijn huid, als iets intens maar tegelijkertijd... heerlijk. Voor ons stopt een zwarte Audi. Een oudere man stapt uit, gekleed in een zwart pak en een blauwe stropdas, zijn blik strak, zakelijk. Hij opent de deur aan onze kant en knikt beleefd naar Jake. “Meneer,” zegt hij, en zijn ogen verschuiven dan naar mij. “Mevrouw.” Ik wil iets zeggen, me misschien wel verdedigen tegen zijn formele begroeting, maar Jake duwt me zachtjes richting de auto en zegt kalm tegen de chauffeur: “Richting de penthouse alstublieft, Nick.” Zijn stem is laag, bijna bevelend, en de deur sluit met een klik achter ons. Jake drukt op een knop en de ruimte om ons heen verandert. Een raam gaat dicht en een scheiding ontstaat tussen Nick en ons. Privacy, zegt hij. Ik voel de lucht veranderen. Het is alsof de spanning zich samendrukt, zwaar en geladen. De stilte in de auto is verlammend. Mijn blik blijft vast op Jake, maar ik vraag me af of hij het ook voelt. Of ik de enige ben die zich zo... verward voelt. Dan, als een gefluisterde bevestiging van alles wat ik dacht, zegt hij, zijn stem laag en grimmig: “Je verbeeldt het je niet.” Zijn woorden raken me als een schokgolf. Ik bevries, mijn adem is op slag weggenomen. Hoe weet hij wat ik denk? Hoe kan hij weten dat ik me zo voel? Hij kijkt me doordringend aan, alsof hij mijn ziel ziet. “Ik weet wat jij bent, Lex,” zegt hij, zijn stem laag en zelfverzekerd. “Ik voelde het meteen toen ik jou zag.” De woorden doen iets met me, maar ik kan niet precies duiden wat. Paniek en nieuwsgierigheid vechten om mijn aandacht. Zijn ogen zijn intens, maar het is de zachtheid in zijn bewegingen die mijn hart sneller doet kloppen. Hij pakt mijn hand, zijn grip stevig, maar toch voorzichtig. “Ik ben net als jij, Lex. Verborgen, maar vastbesloten niet voor altijd zo te blijven.” De woorden trekken zich door mijn geest, als een wervelwind. Mijn gedachten draaien in duizend richtingen, maar ik kan alleen maar staren. Dit is te veel. Heb ik nu iemand ontmoet die weet wat ik ben, en die zelf hetzelfde is? Maar wat betekent dat?  Voel ik mij daarom zo aangetrokken naar hem? Ik adem zwaar, probeer de chaos in mijn hoofd te kalmeren, maar één vraag blijft in mijn gedachten hangen. “Kun jij mijn gedachten lezen?” vraag ik, en mijn stem trilt een beetje. Ik ben bang voor het antwoord. Bang voor wat hij zal zeggen. Zijn ogen flitsen, bijna onzichtbaar, voordat hij mijn vraag beantwoordt met een tegenvraag. “Maakt het uit als ik dat kan?” Zijn stem klinkt bijna dreigend. “Zou dat je mening over mij veranderen? Zou je je gedachten willen verbergen voor mij?” Ik voel de spanning, de verlangen om te begrijpen wat er tussen ons is, om te weten wat dit gevoel betekent. Mijn gedachten zijn als een storm, woedend en krachtig. Ja, ik weet het nu. Hij kan mijn gedachten lezen. Ik voel het. Alles wat ik probeer te onderdrukken, hij weet het. Elke emotie die door mijn lichaam stroomt, elke twijfel, hij ziet het. En ik voel het, hij is niet zomaar iemand, hij is als ik. Dan volgt een bekentenis die me volledig uit mijn evenwicht haalt. “Ik kan je gedachten lezen, Lex. Nu. Vanmorgen. In de bar.” Zijn stem is scherp, maar ik voel geen angst. Alleen een onmiskenbare intensiteit. “Elke emotie die er door je lijf schoot, elke beweging die je maakte, elke spanning die je voelde. Ik weet het.” Er is een pauze. Een stilte die door mijn hele wezen trekt. Het maakt me duizelig, alsof ik op het punt sta in een onbekende wereld te vallen. Maar wat ik niet had verwacht, was dat hij me vertelt wat zijn gedachten over míj zijn. “De jurk die jij hebt gekozen,” zegt hij, zijn stem laag en bezitterig, “maakt me hebberig. Ik wil het liefst dat niemand jou zo ziet. Zeker niet mijn chauffeur of mijn broers. Ik wil je bezitten, Lex. Elke centimeter van jou.” Hij haalt adem, en ik voel de spanning toenemen. “Ik wil je niet wegjagen maar ik wil je ook niet laten gaan. We hoeven niet te handelen naar wat we voelen, maar ik wil wel dat je eerlijk tegen mij bent. Over alles. Dat geldt voor de gesprekken die we hebben, maar ook voor alles wat tussen ons speelt.” Zijn woorden raken me diep. Ik kan ze niet van me afschudden. Ze echoën in mijn hoofd, in mijn hart. Wat moet ik hiermee? Wat wil ik hiermee? “Adem, Lex,” zegt hij zacht, en ik besef dat ik mijn adem al die tijd had ingehouden. Mijn hart bonst in mijn oren, ik voel mijn huid branden. “Ik moet je dit vertellen, omdat ik je gedachten heb gehoord. En ik weet dat we dit delen.” Hij kijkt me diep aan, zijn ogen stralen iets uit dat ik niet volledig kan begrijpen, maar het maakt me zenuwachtig, opgewonden, bang. Ik wil iets zeggen, maar ik kan niets. Mijn gedachten lijken in de war te zijn, mijn ademhaling versnelt, en ik voel me vastgenageld aan de stoel, gevangen in zijn blik. De stilte tussen ons is geladen, als een sneltrein die elk moment kan ontsporen. “Voel je dat?” vraagt hij zacht. “Kun je dat voelen, Lex? Dat jij veilig bent bij mij? Ik kan alleen maar knikken, want mijn lichaam schreeuwt het antwoord uit, terwijl mijn geest alles probeert te verwerken.

De auto stopt en de spanning is nog steeds te voelen, als een elektrische lading in de lucht. We stappen uit de auto en ik laat zijn hand niet los. Het voelt alsof het de enige manier is om niet verloren te raken in alles wat tussen ons gebeurt. “We zijn er,” zegt Jake met een kalme, diepe stem. Hij draait zich naar mij om, zijn ogen raken de mijne, en voor een moment voel ik  weer die onzichtbare draad die ons met elkaar verbindt. Ik maak mijn blik los van Jake en draai mijzelf naar de chauffeur  “Dank je wel,” zeg ik zachtjes naar Nick terwijl hij zich omdraait en zijn auto weer in stapt. Het geluid van de deur die dichtgaat klinkt onverwacht hard in de nachtelijke stilte. Nick rijdt weg en het is alsof de wereld opnieuw stilvalt. Jake kijkt me aan, zijn blik onmiskenbaar. Voor een moment ben ik even verloren in zijn ogen, totdat ik mijn blik afwend en mijn aandacht richt op het huis voor me. Wat ik zie, had ik niet verwacht. Een penthouse, ja, maar het is geen moderne loft zoals ik had ingebeeld. In plaats daarvan sta ik voor een charmante houten blokhut, met een veranda die uitnodigend lijkt, een schommelstoel die zachtjes in de bries wiegt. Klimop slingert om de muren, en de witte houten planken reflecteren het zachte schijnsel van de lantaarnlichten. De deur is een diepgroene moskleurige tint, en de kozijnen zijn omgeven door verfijnde crème gordijnen die zachtjes in de nacht wapperen. Het is niet wat ik had verwacht, maar het voelt... vertrouwd. Warm. Jake trekt mijn hand, die hij nog steeds vasthoudt, en samen lopen we naar de veranda. Hij opent de voordeur voor mij, zijn blik zacht maar vastberaden. Ik stap naar binnen, mijn hart klopt sneller van de stilte die het huis omhult. Het voelt... intiem. Hij volgt me direct, zijn aanwezigheid zo dichtbij dat ik de warmte van zijn lichaam naast de mijne voel.

Binnen is het adembenemend. De geur van hout en kaarsvet vult de lucht. Het geluid van de knapperende openhaard geeft de ruimte een kalme, uitnodigende sfeer. De bank is bedekt met zachte kussens en zachte dekens, alsof ik me meteen zou kunnen nestelen in de warmte. Overal staan kaarsen, hun vlammen dansen zachtjes in de lage, warme gloed. In de keuken zie ik een fluitketel op het fornuis. Dit huis is meer dan een toevluchtsoord of penthouse zoals hij het noemt het is een weerspiegeling van Jake zelf een plek vol tegenstellingen, vol stilte en kracht. “Gaat het?” vraagt hij zachtjes, zijn stem laag en voorzichtig. Zijn hand haalt een pluk haar uit mijn gezicht en zijn aanraking is onverwacht teder, een zorgvuldige, bijna onbewuste gebaar. Ik voel me kwetsbaar, blootgesteld. Het moment is intens, “Ik weet dat ik veel op je af heb laten komen,” zegt hij, zijn stem nu iets rauwer. “Als je nu wilt gaan, kan ik dat begrijpen. En haal ik Nick voor je terug.” Zijn woorden slaan door mijn zenuwen, door mijn brein, maar ik weet wat ik moet zeggen. “Nee,” zeg ik, mijn stem een breekbaar, maar vastberaden. Het gaat. Ik wil blijven. Jake kijkt me aan, zijn ogen smeken niet langer om antwoorden, maar om vertrouwen. Hij knikt langzaam en dan begint hij te praten. “Ik ben net als jij, Lex,” zegt hij zacht, zijn ogen vol betekenis. “Onderdrukt. In stilte. In mijn hart, diep van binnen, weet ik dat hij de waarheid spreekt. Hij is niet wat hij lijkt, niet zoals de rest van de wereld hem ziet. En ik ben ook niet wat ik lijkt. Maar het maakt me bang. “Jij... jij bent de eerste magiër die ik ontmoet,” zeg ik, mijn stem wankel. Het voelt alsof ik mezelf blootstel, alsof ik alles wat ik dacht te weten, in twijfel trek. Jake’s ogen verzachten, maar zijn blik blijft intens, als een vuur dat de duisternis verdrijft. “Je bent veilig, Lex. Hij komt dichterbij en ik voel de warmte van zijn lichaam tegen de mijne. Elke cel in mijn lijf weet dat het waar is. Ik voel het, diep van binnen. Het is een zekerheid die ik niet kan ontkennen, een rust die ik niet eerder heb gekend. Maar de woorden, die kan ik niet vinden. De fluitketel begint te piepen, haar geluid klinkt scherper, als een wekkergeluid in de stilte. Jake laat voor het eerst sinds mijn hand los en gaat naar de keuken. Hij pakt twee grote mokken en schenkt ze vol met dampende thee. De geur van de kruiden vult de ruimte en ik inhaleer de geur diep, alsof ik mezelf ermee wil vullen. Hij zet de mokken neer op de salontafel, naast de openhaard, en haalt een pak koekjes uit de kast. Wanneer hij terugkomt, pakt hij mijn hand weer vast, en ik voel de vreemde mix van emoties die door me heen stromen. Ik voel me stom, alsof ik niet in staat ben om te functioneren, alsof ik zijn hand nodig heb om te weten wat ik moet doen. Wat ik moet zeggen. Jake stopt abrupt. Zijn ogen smeken niet langer om antwoorden, maar om mijn eerlijkheid. Hij kijkt me indringend aan, zijn stem streng maar vol zorg. “Stop daarmee,” zegt hij  “Echt, Lex, niet doen. Je bent in schok. Dat is niet gek. Maar wees lief voor jezelf.” Zijn woorden snijden door de chaos in mijn hoofd. Hij neemt me mee naar de bank en helpt me onder een deken. Zijn handen zijn warm, geruststellend. Hij komt naast me zitten, zijn aanwezigheid is een onmiskenbare kracht die me stabiliseert. Hij overhandigt me een mok met dampende thee, de hitte verwarmt mijn handen, alsof het niet alleen mijn lichaam is dat hij verwarmt, maar ook mijn ziel.

“Dus,” zegt hij, zijn stem laag en zacht, maar er zit een lichte glimlach in. “Dat interview... Wat wil je weten?”

Jake leunt licht naar voren, zijn ogen niet afwendend van de mijne, maar ik kan me niet concentreren op iets anders dan de manier waarop zijn blik door mij heen snijdt. De vraag lijkt onschuldig genoeg, maar ik kan niet ontsnappen aan de intensiteit die in zijn woorden schuilt. Het is alsof hij niet alleen mijn vragen wil horen, maar ook elke gedachte die ik voor hem verborgen probeer te houden. Wat wil ik weten? Mijn voor bedachte vragen voelen nutteloos na alle bekentenissen van een aantal minuten geleden. Wat kan ik vragen zonder mezelf verder in de chaos van dit moment te verliezen? De warmte van de thee stelt me gerust, maar het is niet genoeg om de rilling die ik voel in mijn ruggengraat te onderdrukken. "Jake..." mijn stem breekt voor een moment en ik haat het, maar ik ben te overmand door alles wat er is gebeurd alles wat hij me verteld heeft om helder te kunnen denken. "Waarom heb je me dit alles verteld? De stilte tussen ons is voelbaar, als een spanning die de ruimte zelf lijkt te vullen. Jake zit rechtop, zijn vingers spelen met het randje van zijn mok, maar zijn ogen zijn scherp, gefocust. "Ik ben niet anders dan jij, Lexa," zegt hij, zijn stem zacht maar zwaar van betekenis. "Alleen... ben ik het al veel langer. Het is niet gemakkelijk, maar ik wil niet dat je in de duisternis van dit alles blijft. We kunnen het samen doen, als je dat wilt." Zijn woorden roepen een vuurtje in mijn borst op. Wat bedoelt hij met ‘samen’? Ik wil hem vertrouwen, wil geloven dat hij me niet zal laten vallen, maar de angst voor wat ik niet begrijp, voor wat hij misschien voor me verborgen houdt, is te groot. "Wat bedoel je precies?" vraag ik voorzichtig, het gevoel dat ik nu elke vraag die ik hem stel met zorg moet kiezen. Elke vraag zou een deel van mijn ziel bloot kunnen leggen, en ik weet niet of ik daar klaar voor ben. Jake haalt diep adem en zijn hand beweegt langs zijn kaaklijn, alsof hij de woorden zorgvuldig afweegt. "Het is moeilijk om uit te leggen Lex maar ik wil je hierin helpen, je begeleiden. Zijn woorden dringen door mijn gedachten. Jake, ik heb zelf amper een idee van wat ik ben of wat ik kan, voor mij dat geleerd kon worden begon de oorlog  al zeg ik met bijna een onzichtbare trilling in mijn stem, mijn blik nog steeds niet afgewend  van hem, alsof ik bang ben dat ik iets van de waarheid mis als ik mijn ogen sluit. Jake’s blik verscherpt zich. "Je bent sterker dan je denkt. Het klinkt zo eenvoudig als hij het zegt, maar mijn hart bonst in mijn borstkas, mijn handen tintelen van de spanning. Het is alsof er iets in me wakker wordt iets waar ik geen controle over heb. "Waarom voel ik me dan zo… verloren?" fluister ik, bijna tegen mezelf. Mijn stem is laag, schor van de verwarring en de emoties die door me heen razen. Jake’s hand pakt de mijne opnieuw, zijn grip stevig, maar tegelijkertijd geruststellend. "Omdat je jezelf nog niet hebt toegestaan om te voelen wat je echt bent," zegt hij zacht. "Je hebt jezelf verstopt, omdat je bang bent voor wat je zou kunnen ontdekken. Maar ik ben hier, Lexa. Ik ben hier om je te helpen." Zijn woorden... ze voelen als een belofte, en tegelijkertijd als een dreiging. Wat als hij gelijk heeft? Wat als ik mezelf niet herken, wat als ik ontdek dat ik iets ben wat ik nooit wilde zijn? "En wat als ik het niet wil ontdekken, Jake?" zeg ik, mijn stem nog steeds een fluistering, bang voor de reactie die het kan oproepen. Zijn ogen versmallen een moment, alsof hij mijn vraag volledig in zich opneemt, en dan komt zijn antwoord zonder enige twijfel, zonder enige aarzeling. "Je hebt geen keuze, Lexa. Het is al wie jij bent. De stilte die volgt voelt zwaar van betekenis en ik besluit dat ik dit onderwerp voor nu wil laten rusten. Het gevoel van de ruimte die om ons heen verandert, de kamer lijkt kleiner, en de lucht is dik van de spanning die we creëren door gewoon te ademen. Mijn ademhaling versnelt, en zonder dat ik het wil, zonder dat ik ervoor kies, voel ik mijn blik zakken naar zijn lippen. De gedachte dat hij zo dicht bij me is, dat ik dit moment met hem deel, maakt alles in mijn lichaam heet en tintelend. Jake merkt het op. Hij leunt een beetje naar voren, de ruimte tussen ons nog kleiner, zijn blik intens. "Wil je weten wat ik denk?" vraagt hij, zijn stem zacht, als een belofte van iets gevaarlijks. De vraag blijft hangen in de lucht, en voor een moment weet ik niet of ik het moet toelaten, of ik mijn hart nu helemaal open moet stellen voor hem na alles wat ik zojuist te weten ben gekomen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.