In de schaduw van magie 4

Gepubliceerd op 31 maart 2025 om 14:54

“Zoek je iets?” vraagt hij, zijn stem schor van de douche. Ik wil antwoorden. Echt. Maar mijn brein lijkt alle taalvaardigheid te zijn verloren. Hij grijnst, een scheve, zelfverzekerde trek die iets gevaarlijks in zich heeft. “Of ben je gewoon nieuwsgierig?” Mijn hele lichaam staat in brand. Ik weet niet wat me bezielt, maar in plaats van weg te kijken, houd ik zijn blik vast. “Misschien,” zeg ik, mijn stem zachter dan ik had bedoeld. Zijn ogen flikkeren, iets donkerder nu. Hij zet een stap dichterbij, niet veel, maar genoeg om de lucht tussen ons zwaarder te maken. De geur van zijn huid, warm en fris, mengt zich met de stoom die uit de badkamer kringelt. Hij kantelt zijn hoofd een fractie. “Je speelt met vuur, Lex.” Mijn lippen krullen een klein beetje. “Misschien.” Voor een tel hangt er iets tussen ons een spanning die bijna tastbaar is, een mogelijkheid die op het punt staat te exploderen, en in stilte wens ik dat hij mij nu oppakt en al mijn fantasieën waarmaakt.

Maar dan, alsof hij zichzelf herpakt, schudt Jake zachtjes zijn hoofd en grinnikt. “Ga je nog iets aantrekken, of ben je van plan zo de stad in te gaan?” Mijn mond valt half open van verontwaardiging, maar voordat ik iets kan zeggen, draait hij zich om en verdwijnt de kamer in, alsof er net niet iets onuitsprekelijk tussen ons gebeurde. Ik laat een langgerekte zucht ontsnappen en loop snel naar de kast om mijn kleding te pakken. Mijn benen voelen als gelei terwijl ik me aankleed, mijn hoofd nog steeds duizelend van alles wat er net is gebeurd.

Zo stil als ik naar boven was gekomen, zo zacht sluip ik nu weer naar beneden, mijn hart bonkend in mijn borstkas. De opwinding die me daarnet nog omhulde, heeft plaatsgemaakt voor een bittere schaamte. Hoe kon hij zo moeiteloos omschakelen? Van verlangen naar afstand? Mijn keel voelt droog, mijn borstkas beklemd. Ik wil niet wachten het antwoord. De houten vloer kraakt boven me, een teken dat hij zich beweegt. Mijn adem stokt. Nog voor hij de kans krijgt om naar beneden te komen, glip ik de achterdeur uit en loop in de richting van Nick, die al op me stond te wachten. Zijn houding is zoals altijd strak en professioneel, maar wanneer hij me ziet, verzacht zijn blik iets. “Goedemorgen, mevrouw,” zegt hij met een klein knikje. “Noem me alsjeblieft gewoon Lexa,” mompel ik, terwijl ik probeer de kou in mijn stem te verbergen. Nick reageert niet op mijn verzoek, maar opent zwijgend de deur voor me. Ik stap in en nog voor we de oprit verlaten, zie ik in mijn ooghoek hoe Jake de deur opent. Zijn silhouet vult de opening, zijn blik volgt de auto terwijl we wegrijden. Ik wil niet kijken. Wil niet voelen wat die blik met me doet. Ik dwing mezelf om mijn gedachten te verzetten, pak mijn telefoon en stuur een bericht naar Faye en Riff: "Onderweg naar de stad, zin om te lunchen? Ik trakteer." Mijn vingers blijven even boven het scherm hangen, maar ik druk door en leg de telefoon op mijn schoot. Buiten is de wereld grauw, kil. Mijn blik glijdt over de stadsmuren, die als meedogenloze wachters boven de straten torenen. Daar hangen ze, de korpsen van zij die ‘anders’ waren. Ooit waren het mensen. Ooit waren het magiërs. Nu zijn ze slechts een waarschuwend teken, een boodschap die geen woorden nodig heeft. Mijn maag draait zich om en ik dwing mezelf weg te kijken.

 

Mijn telefoon trilt in mijn hand, een welkome afleiding. "Leuk! Riff moet nog een gepaste outfit vinden en dan komen we eraan!" Faye’s enthousiasme schijnt door het scherm, en ik moet ondanks alles lachen. Een zachte glimlach trekt over Nicks gezicht terwijl hij me vanuit zijn ooghoek observeert. “Het blijft een pijnlijke route, mevrouw,” zegt hij, zijn stem onverwacht warm. “Uw lach is een verlichting langs deze weg.” Zijn woorden raken me meer dan ik had verwacht. Het voelt alsof hij iets begrijpt, iets voelt van de zwaarte die op mijn schouders drukt. Misschien begrijpt hij het écht. Ik draai me iets naar hem toe en begin te praten over Faye en Riff, over hoe we elkaar hebben ontmoet, over onze vriendschap, over de momenten waarin we alleen elkaar hadden. Over de pure, onvoorwaardelijke band die we delen. Terwijl ik vertel, blijft Nick stil, zijn aandacht volledig bij mijn woorden, en er is iets troostends aan dat simpele gebaar. Wanneer we de stad binnenrijden, opent hij zwijgend mijn portier en pakt onverwachts mijn hand vast. Zijn blik is intens wanneer hij spreekt.

“Lexa, je hebt ongelofelijk veel rijkdom om je heen. Houd dat vast. Maar bescherm het met je leven wanneer uitkomt wat wij zijn.”

Zijn woorden laten een ijzige stilte achter in mijn hoofd. Mijn hart slaat een slag over. Alles in mij bevriest. Hij weet het. Hij weet wat ik ben. Ik sta als versteend, mijn bloed lijkt uit mijn lichaam verdwenen. Mijn gedachten draaien, de chaos in mijn hoofd maakt plaats voor een vernietigende storm en ik kijk toe hoe Nick in stapt en wegrijd opzoek naar een parkeer plek.

 Ik schrik op als Faye me plots vastgrijpt. “LEX?! Gaat het? Je ziet eruit alsof je een spook hebt gezien!” Haar stem is vol paniek. Riff duwt een fles water in mijn handen, zijn gebruikelijke speelse houding verdwenen. “Drink,” beveelt hij, zijn stem vastberaden. Ik laat me op een bankje zakken en neem een paar slokken, mijn vingers licht trillend om de fles geklemd. Pas als de kou van het water mijn keel raakt, begin ik langzaam terug te keren naar het hier en nu. Faye breekt de stilte als eerste. “Lex? Gaat het?” Ik dwing mezelf haar aan te kijken, mijn mond droog van de woorden die vastzitten in mijn keel. “Ja,” fluister ik uiteindelijk. “Het komt wel goed, Faye. Ik kan er nu alleen nog niet over praten… vind je dat erg?” Ik zie de bezorgdheid in haar ogen, de twijfel. Maar voordat ze iets kan zeggen, buigt ze zich voorover en trekt me in een stevige omhelzing. Riff volgt haar voorbeeld en voor een paar momenten zitten we daar, samengevouwen in stilte. Dank jullie. De woorden blijven onuitgesproken, maar ik weet dat ze ze voelen. Hand in hand lopen we naar de brasserie en nemen een tafeltje achterin, weg van nieuwsgierige blikken. Terwijl Riff en Faye druk in gesprek raken over Dean, Jake’s broer, dwaal ik af. Faye is tot over haar oren verliefd, dat is duidelijk. Ik hoop alleen dat hij haar hart niet breekt.

“Dus, Lexie…” Riff draait zich plots naar me toe, een brede grijns op zijn gezicht. “Vertel eens over mister Dark & Brooding.” Ik snuif lachend. “Hij heeft een naam, Riff. Jake.” En vanaf daar vertel ik hen alles. Over de eerste ontmoeting in de lift, over de onverklaarbare spanning, over de nacht die alles veranderde en de afstand die erop volgde. Mijn twijfels, mijn angsten, mijn gevoelens. Woorden stromen uit me alsof ik eindelijk de dam heb doorbroken, alsof alles wat ik heb vastgehouden zich een weg naar buiten baant. Als ik klaar ben, slaak ik een diepe zucht. “Oef, Lex…” zegt Faye langzaam. “Je hebt jezelf in een behoorlijk ingewikkeld parket gewerkt.” Riff leunt naar voren en pakt mijn hand vast. “Als liefde simpel was, hadden we er geen emoties aan hoeven verbinden. Maar liefde is allesbehalve simpel. Het is vallen en opstaan. Het is leren, vertrouwen, en soms jezelf volledig durven geven. Dus als Jake jouw liefde is… ga ervoor. Onderzoek het. En als hij het niet is, dan houd je er in ieder geval onvergetelijke herinneringen aan over.” Zijn woorden blijven in mijn hoofd hangen. “Ik heb Jake gezegd dat ik vanavond terug kom,” zeg ik uiteindelijk. Faye lacht en drukt een kus op mijn wang. “Geef je eraan over, Lex.” Ze vertrekken, maar ik blijf nog even zitten. Nicks woorden spoken weer door mijn hoofd. "Bescherm het met je leven wanneer uitkomt wat wij zijn." Mijn adem stokt. Hij weet het echt, en ik moet weten hoe. Met nieuwe vastberadenheid roep ik de serveerster om de rekening te betalen, trek mijn jas aan en stap de gure kou in. Sinds de oorlog lijkt de wereld haar seizoenen kwijt te zijn en ik mis de geuren van de lente en herfst. Na een korte wandeling beland ik bij een kleine kledingwinkel, waar ik een comfortabele joggingbroek en een warme roze trui koop, samen met wat ondergoed en sokken. Daarna loop ik door naar de supermarkt om ingrediënten voor muffins te halen, bakken is mijn manier om mijn hoofd te ordenen en zeker vandaag heb ik dat nodig. Bepakt met tassen loop ik terug naar de auto. Nick opent de deur, zoals altijd professioneel en beheerst. Maar deze keer wacht ik niet af. Ik draai me naar hem toe en kijk hem recht aan. “Hoe weet jij wat ik ben? En wat ga je met die informatie doen?” en ik hoor de hardheid in mijn stem. De spanning is onmiddellijk voelbaar. Nick zucht diep, alsof hij een last van zich af moet schudden. “Ik herkende het vuur van mijn vrouw in jou.” Zijn blik wordt dof wanneer hij naar de stadsmuren wijst. “Mijn vrouw hangt daar.” Mijn adem stokt. “Jij bent veilig, Lex.” Ik zie de mix van oprechtheid en angst in zijn gezicht en ik weet dat hij de waarheid spreekt. "Weet Jake van mij?" Mijn stem klinkt zachter dan ik had verwacht, bijna breekbaar. Alsof hij zijn woorden zorgvuldig kiest knikt hij langzaam. "Ja, Lexa. Hij weet het." Nick ademt diep in voordat hij verder praat. "Hij is open naar jou geweest over zichzelf, niet alleen omdat hij vond dat je het moest weten... maar omdat hij weet dat hij jou kan vertrouwen." Hij draait zich kort naar me toe en kijkt me doordringend aan. "Nu geeft hij jou de tijd om, wanneer het voor jou goed voelt, eerlijk tegen hem te zijn." Mijn vingers klemmen zich om de zoom van mijn trui terwijl ik zijn woorden laat bezinken. Jake weet het. Hij heeft het al die tijd geweten. Nick start de auto, en de stilte die volgt is geladen.

Aangekomen bij de blokhut valt de stilte als een warme deken over me heen. Jake is er nog niet, en ergens ben ik opgelucht. Ik heb even tijd nodig om mijn gedachten te ordenen, om alles van vandaag op een rijtje te zetten. Met een diepe zucht loop ik naar binnen, zet de boodschappen op het aanrecht en begin ze een voor een in de koelkast te leggen. Mijn vingers glijden gedachteloos over de koude verpakkingen terwijl mijn hoofd nog steeds gonst van de woorden van Nick, van alles wat ik vandaag heb ontdekt. Als ik naar boven ga om mijn nieuwe kleding in de kast te leggen, blijf ik even stilstaan. Mijn blik valt op de plank, waar mijn zilveren jurk ligt, zorgvuldig opgevouwen, met een nieuwe tandenborstel ernaast. Een klein gebaar, maar het voelt als zoveel meer. Mijn hart trekt samen bij het idee dat Jake die zo gesloten lijkt, zo moeilijk te doorgronden is plaats heeft gemaakt voor mij. Een warme gloed verspreidt zich door mijn borst, en ik kan niet anders dan glimlachen. Hij blijft me verbazen. Voor ik weer naar beneden ga, pak ik mijn telefoon en stuur snel een bericht naar Riff en Faye.

"Alles is oké, ben nu weer bij Jake. Dank jullie wel voor vandaag."

Vrijwel direct licht mijn scherm op met een reactie van Riff.

"We houden van je, Lexie."

Ik bijt op mijn lip om de brok in mijn keel weg te slikken en zet mijn telefoon uit. Voor nu wil ik even geen afleiding, geen constante stroom aan gedachten of emoties die door een scherm versterkt worden. Ik wil in het moment zijn, de rust voelen voordat Jake terugkomt. Met nieuwe energie loop ik naar beneden, vastberaden om de avond in eigen handen te nemen. Ik zet de radio aan en begin, nog steeds neuriënd, mijn avondmaal uit te stippelen. Terwijl ik door de kastjes snuffel, vind ik precies wat ik nodig heb, de ingrediënten voor een simpele maaltijd: spaghetti zoals mijn oma die vroeger maakte. De geur van knoflook vult al snel de kleine keuken en mengt zich met het warme, kruidige aroma van sudderende tomaten en basilicum. Ik draai me om, met een paar borden in mijn handen, en schrik als ik plots Jake aan de eettafel zie zitten. Ik had hem niet eens binnen horen komen. Hij zit daar, leunend op zijn ellebogen, met een geamuseerde blik op zijn gezicht. "Stop vooral niet voor mij," zegt hij met een grijns. Mijn wangen gloeien. "Alleen als je meedoet," zeg ik speels terug. Tot mijn verbazing staat Jake meteen op, pakt een schort van de muur en neemt zonder aarzeling de borden van me over. Terwijl hij de tafel dekt, begint hij ineens uit volle borst mee te zingen met de muziek op de radio. Ik schiet in de lach, de man die normaal zo mysterieus en gesloten is, staat hier nu, zonder enige schaamte, hardop te zingen alsof hij in een rockband zit. Het is aanstekelijk. We zingen en dansen samen door de keuken terwijl we het eten afmaken, en even lijkt de rest van de wereld niet meer te bestaan. Wanneer we aan tafel zitten, neem ik een hap van de pasta en voel meteen de nostalgie opkomen. "Recept van mijn oma," zeg ik zacht, zonder dat hij ernaar vraagt. Jake kijkt me aandachtig aan en knikt, alsof hij weet dat deze simpele woorden meer betekenen dan ze lijken. "Ik mis haar," fluister ik. Zonder iets te zeggen schuift Jake zijn hand over de tafel en pakt de mijne. Zijn grip is stevig, warm, geruststellend. Geen woorden, geen geforceerde troost, gewoon een simpele aanraking die zegt: Ik ben hier. En dat is  precies wat ik nodig heb. Dan verbreekt Jake de stilte.

"Het spijt me van vanmorgen, Lex." Ik durf hem niet aan te kijken. Hij reikt naar mijn kin en draait mijn gezicht voorzichtig naar hem toe, zijn ogen zoeken de mijne, en ik voel hoe mijn hart sneller begint te kloppen. "Het spijt me," herhaalt hij, zijn stem zachter deze keer. "Ik weet niet hoe ik met dit soort situaties om moet gaan. Ik weet niet hoe ik met jou om moet gaan, Ik had je niet verwacht te vinden in mijn slaapkamer," vervolgt hij. "Mijn gedachten gingen naar plekken waarvan ik niet weet of jij die deelt. Mijn fantasieën namen de overhand en ik twijfelde of ik mezelf kon inhouden. Afstand creëren leek op dat moment de beste optie. Maar de seconde dat ik die woorden uitsprak en de pijn in jouw ogen zag, had ik spijt." De eerlijkheid in zijn stem, de kwetsbaarheid in zijn blik het is alsof hij zichzelf volledig voor me openstelt, en ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan. Mijn lip trilt, mijn borstkas voelt te krap, en voordat ik het doorheb, stromen de tranen over mijn wangen. Jake veegt een traan weg met zijn duim en fluistert, Lex, ik wil dit niet verpesten. Ik, hij zucht, schudt even met zijn hoofd en begint opnieuw. Zijn vingers strijken kort langs zijn kaak, alsof hij de juiste woorden zoekt maar ze nét niet kan vinden. "Ik heb veel vrouwen gehad, Lex," zegt hij uiteindelijk, zijn stem laag en geladen met een eerlijkheid die me kippenvel bezorgt. "Veel gescharreld, verschillende relaties gehad. Maar geen een van hen… geen één heeft me ooit laten voelen wat jij doet. Wat ik voel bij jou, wat ik voel voor jou." Ik blijf stil. "En ik weet dat het belachelijk klinkt," vervolgt hij met een vermoeide glimlach, alsof hij zichzelf net zo hard veroordeelt als hij vreest dat ik zal doen. "Na twee dagen. Twee dagen. Ik kan er zelf ook geen logica in vinden, hoe hard ik ook probeer." Hij haalt een hand door zijn haar, gefrustreerd bijna, alsof het tegen zijn natuur ingaat om zich zo open te stellen. Maar hij doet het toch. Voor mij. "Maar ik weet één ding zeker, ik wil dit ontdekken. Ik wil ontdekken waar dit naartoe kan gaan, waar wij naartoe kunnen groeien." Mijn vingers klemmen zich om de rand van mijn stoel. Zijn woorden raken me op een plek die ik lang verborgen heb gehouden, een plek die ik voor mezelf had afgesloten om niet opnieuw teleurgesteld te worden. Maar Jake breekt er moeiteloos doorheen. "En daar komt ook angst bij kijken," geeft hij toe. "Angst om dit… om jou… en alles wat zou kunnen, te verliezen." Hij kijkt me aan, zijn blik intens en oprecht, ik huil nog steeds. En zonder te aarzelen veegt hij de tranen met beide handen weg, zijn aanraking warm en teder. Dan buigt hij zich voorover en drukt een zachte kus op mijn voorhoofd, zijn lippen net iets langer rustend dan nodig is, alsof hij me met die ene aanraking wil verzekeren van alles wat hij net heeft gezegd. "Ik ga even mijn werkdag van me af douchen, Lex. Ik ben zo terug, oké?" Ik knik, woorden blijven vastzitten in mijn keel. Niet in staat om te spreken, maar diep vanbinnen dankbaar dat hij me even de ruimte gunt om mijn gedachten te ordenen. Om te laten bezinken wat hij me zojuist heeft opgebiecht. Hij werpt me nog één korte blik toe, alsof hij zeker wil weten dat ik echt oké ben, en verdwijnt dan richting de badkamer. De deur sluit achter hem, en plots lijkt de kamer veel groter, leger. Ik haal diep adem, probeer mijn hartslag onder controle te krijgen, en sta langzaam op. Met automatische bewegingen begin ik de tafel af te ruimen, de borden en glazen naar de keuken te brengen. Terwijl ik het bestek in de vaatwasser leg, besluit ik me ergens op te focussen dat me altijd heeft gekalmeerd, bakken en met hernieuwde vastberadenheid verzamel ik de ingrediënten voor muffins en zet alles klaar op het aanrecht. Mijn handen werken op routine, maar mijn gedachten Jake. Hij gunt mij de ruimte om alles wat hij net heeft gezegd te laten bezinken, en daar ben ik dankbaar voor.

Binnen een paar minuten is het beslag klaar en schuif ik de muffins in de oven. Maar de storm in mijn hoofd is nog lang niet gekalmeerd. Hij heeft zijn hart op tafel gegooid, zijn kwetsbaarheid blootgegeven... en ik kon niets zeggen. Mijn gedachten schreeuwen naar me. Wat ben je ook stom soms, Lex! Er is zoveel dat ik had kunnen zeggen. Er is zoveel dat ik hém wil zeggen. Maar ik weet niet hoe. Ik zak op mijn knieën voor de oven, kijkend naar de rijzende muffins en ik zet de oven uit en neem een besluit. Ik heb niets te verliezen. Langzaam loop ik naar boven. De geluiden van de regendouche vullen de gang, en mijn ademhaling versnelt. Mijn vingers glijden over de zoom van mijn shirt, en zonder verder na te denken laat ik mijn kleding van me af zakken. Mijn hart bonkt luid in mijn borst terwijl ik naar de badkamerdeur staar.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.